 |
|
 |
In Memoriam
Johan Beek
Op 1 juni overleed voormalig NVvA-lid Johan Beek op 81-jarige leeftijd. Zijn vrouw Anneke hield mij met enige regelmaat op de hoogte, maar zijn overlijden kwam toch onverwachts. Johan was de laatste 5 jaar opgenomen in een verzorgingstehuis in Barneveld vanwege een zich langzaam ontwikkelende dementie. Hij is zo lang mogelijk lid gebleven van de NVvA, maar Anneke heeft een paar jaar terug het lidmaatschap moeten opzeggen. Johan wilde zo lang mogelijk over het wel en wee van de vereniging op de hoogte blijven.
Hij heeft lang in de ballotagecommissie gezeten en stak zijn eigen mening nimmer onder stoelen of banken. Toen hij deze functie vanwege zijn ziekte niet meer kon uitoefenen heb ik lang op hem moeten inpraten voordat hij zijn plek wilde opgeven. Het werd te gevaarlijk voor hem om alleen op reis te gaan.
Na een heel moeilijke periode in de oorlog, die hij nooit van zich heeft kunnen afzetten, begon hij bij mijn vader in de boeken. Ik liep waarschijnlijk toen nog in korte broek. Na deze korte periode ging hij zelf catalogi uitgeven en specialiseerde zich onder andere in recht en politiek. Zijn eerste winkel, in de Amsterdamse Huidenstraat, was erg onregelmatig open tot hij zijn latere vrouw Anneke ontmoette. Deze bracht structuur in zijn leven. Zij verhuisden naar Barneveld, waar hij vanuit een gesloten huis werkte, tot zijn gezondheid het niet meer toeliet.
Johan had niet altijd geluk, wat blijkt uit het volgende voorval. In Brussel was een veiling bij Leclercq. In de ochtend werd een kunstbibliotheek geveild; in de middag een collectie waar Johan belangstelling voor had. Samen met Joop van Coevorden was hij naar Brussel gereden en had hij met veel succes nummers op de veiling gekocht. Tijdens de lunch ontmoette ik Johan. Met vol vertrouwen zag hij de middagzitting tegemoet.
Toen de veiling begon, werd er echter aangekondigd dat de veilinghouder een bod had gekregen op de hele collectie en hij de boeken aan een Universiteit in Amerika had verkocht. Velen dropen teleurgesteld af, waaronder natuurlijk ook Johan, die terecht woedend was.
Ton Kok
|
 |
Klik op plaatje voor vergroting.
|
|
BOB DE GRAAF, ANTIQUAAR, UITGEVER EN BIBLIOGRAAF (1927-2011).
Als antiquaren onder elkaar een collega een ‘groot antiquaar’ noemen, bedoelen zij lang niet altijd hetzelfde. Sommigen bedoelen dan succesvol in de zin van veel personeel, grote omzetten en grote winsten. Anderen bedoelen veeleer een antiquaar die de kunst verstaat zich diepgaand in een boek te verdiepen, er iets in te ontdekken waardoor het ineens ook interessant kan worden voor niet direct voor de handliggende specialisten in andere disciplines.
Toen Bob de Graaf eens zei: ‘Ik ben geen groot antiquaar geworden’ haastte hij zich eraan toe te voegen ‘Neen, dat is geen valse bescheidenheid’. En hij herhaalde, met betekenisvolle stem en toonzetting: ‘Ik ben geen groot antiquaar geworden, maar ik heb dat ook nooit gewild.’
Bob de Graaf kwam niet uit een welgestelde familie. Hij volgde met veel vrucht middelbaar onderwijs (gymnasium), maar moest daarna zijn eigen kost gaan verdienen. In 1947 kwam hij in dienst bij het Internationaal Antiquariaat (en Veilinghuis) van Menno Hertzberger. Zijn latere echtgenote, Emmy, werkte eveneens bij Hertzberger. Bob had het er niet gemakkelijk. Ondanks waardering voor zijn medewerker toonde zijn ‘baas’ zich nooit tevreden. Zijn commentaren op Bobs inkopen en bibliografische prestaties waren van een chronisch negatief gehalte. Toch benoemde Hertzberger hem in 1953 tot procuratiehouder.
In 1959 nam Bob samen met Emmy het besluit Hertzberger te verlaten en zich zelfstandig te vestigen in Nieuwkoop. Gedurende de eerste jaren van zelfstandigheid kregen Bob en Emmy te maken met stevige tegenwerking van hun vroegere werkgever. Het is typerend voor Bob de Graaf dat hij erin slaagde de relatie van Hertzberger met Emmy en hemzelf te normaliseren en met Menno Hertzberger tot aan diens overlijden bevriend te blijven. Bob hield niet van afgunst en ruzie, maar verstond de kunst in principiële zaken op bovenal vriendelijke maar niet minder overtuigende wijze zijn standpunt te verwoorden en toe te lichten.
Bob was niet alleen een ‘groot’ antiquaar in de meest positieve betekenis van het woord. De achtentachtig catalogi die hij tussen 1960 en de eeuwwisseling publiceerde, markeren zijn grote voorkeur voor de klassieken, humanisme en renaissance, bibliografie, typografie. Niet dat alleen, zij zijn een blijvend toonbeeld van gedegen bibliografische beschrijvingen en voor iedere lezer leerzame toelichtingen van zijn hand.
Voor Bob stond niet alleen zijn bedrijf centraal in zijn gedachten wereld, hij was tevens een bijzonder sociaal mens met een niet aflatende bereidheid bij te dragen aan een eerlijke handelspraktijk en gedegen kennis. Zijn maatschappelijke betrokkenheid beperkte zich – geheel in lijn met zijn instelling – niet tot de kring van vakgenoten. Hij droeg op zijn eigen integere wijze ook bij aan talrijke kerkelijke en maatschappelijke organisaties. Hij was lid van de Remonstrantse kerk en voorzitter van het lokale Beraad van Kerken, hij was actief lid van Rotary International en in zijn vakkring altijd bereid jonge collega’s met raad en daad bij te staan. Ten gunste van de beginnende antiquaar verscheen in 1965 van zijn hand het leerboekje ‘Het Antiquariaat. Een beknopte handleiding’ (2de druk 1968).
Geheel in lijn met zijn ambitie bij te dragen aan de professionalisering van het beroep van antiquaar trad hij toe tot het bestuur van de in 1935 opgerichte Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren (NVvA). Hij diende de vereniging van 1963-1969 als secretaris en van 1971-1974 als voorzitter. In 1973 werd hem gevraagd toe te treden tot het bestuur van de in 1947 opgerichte International League of Antiquarian Booksellers (ILAB).Vanaf dat jaar vervulde hij de functie van redacteur van de ILAB-Newsletter en trad hij tevens op als secretaris van het bestuur. Van 1979-1982 vervulde hij de functie van ‘President of the ILAB’. In al deze functies ontwikkelde hij initiatieven die leidden tot betere internationale contacten met antiquaren, bibliothecarissen en boekwetenschappers. In 1985 werd hij zeer terecht benoemd tot ere president van de ILAB.
Voor Bob en zijn vrouw Emmy was het wetenschappelijk aspect van het antiquarenberoep belangrijker dan het economische aspect, dat zij niettemin ook met prudentie en groot verantwoordelijkheidsgevoel voldoende aandacht schonken. Zijn vele publicaties in boekvorm (verschillende in samenwerking met Emmy) en bijdragen aan diverse tijdschriften gewijd aan boekwetenschap vormen een indrukwekkende lijst. In de feestbundel ‘For Bob de Graaf, Antiquarian bookseller, Publisher, Bibliographer’ (Amsterdam 1992) vindt men, naast bijdragen van gerenommeerde collegae en boekwetenschappers, zijn door Emmy samengestelde drie kwarto pagina’s vullende bibliografie lopende van 1953 tot 1991.
De NVvA en de ILAB hebben in hem een altijd zorgvuldige raadgever en vraagbaak verloren en veel collega’s in binnen- en buitenland een dierbare en trouwe vriend.
Anton Gerits
|
 |
Klik op plaatje voor vergroting.
|
|
Bob Loose
29 MEI 1932 - 2 JANUARI 2011
(woorden gesproken door onze voorzitter tijdens de crematie op 10 januari)
Mijn naam is Ton Kok en ik ben voorzitter van de NVvA, de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren.
We zijn hier om afscheid te nemen van ons op een na oudste nog werkend lid. Henk Brinkman was twee dagen ervoor gestopt, anders had die Bob nog verslagen. Wilma Schuhmacher is ons oudste nog werkende lid.
De eerste keer dat ik Bob heb ontmoet was op een veiling bij Bom in de Kerstraat te Amsterdam, bijna 50 jaar terug.
Vanaf die tijd kwamen we elkaar regelmatig tegen: op veilingen en later op beurzen, van Maastricht (later Amsterdam) tot Deventer en Mechelen.
Een van de aardigste momenten speel zich af op een avond na een NVvA vergadering in Amsterdam. Bob speelde competitie tafeltennis en daagde me vaak uit omdat ik ook competitie speelde, maar een aantal klassen hoger, zodat ik de boot afhield. Maar die avond besloten we met Julius Steiner, die in de Leidse Dwarsstraat een tafeltenniscentrum beheerde, te gaan spelen. We begonnen om een uur of negen. Hoe meer spelletjes Bob van ons verloor, - Julius speelde in dezelfde klasse als ik -, hoe fanatieker hij werd en hij hield vol! Vanzelfsprekend lieten we hem geen potje winnen. Zijn hemd ging uit en het zweet gutste van zijn lichaam. Om twee uur ‘s-nachts zijn we uiteindelijk gestopt.
Op veilingen speelde Bob een belangrijke rol vooral als schrijver na de veiling. Ook al was er een gulden verschil, hij bleef zoeken waar de fout zat. Een goudeerlijker mens was er niet te vinden.
Buiten goudeerlijk was Bob ook heel principieel.
Bij Reiss & Auverman betaalde je als handelaar een paar procent minder opgeld als je snel betaalde. Bob die elke rekening per omgaande betaalde kreeg een betaling retour en was zodoende te laat. Reiss gaf hem de korting niet. Dit was letterlijk en figuurljk tegen het zere been. Hij heeft nooit meer bij Reiss iets gekocht!
Bob was ook nogal eigenwijs. Vaak meende hij dat het allemaal anders was dan er verteld werd. Zoals zoon Frank mij mailde: Hij hield niet van opgelegd pandoer.
Op een beurs in Mechelen waren hij en zijn zoon Bart, die helaas veel te vroeg is overleden niet op tijd bij de stand. Na een kwartier ..., na een halfuur ..., na een uur nog niemand. Na twee uur heeft mijn vrouw de politie gebeld. Kort daarna kwam Bob binnen.
Ze hadden zich verslapen omdat ze in een klooster sliepen waar geluid en licht niet door de dikke muren kwam. Hij werd vreselijk boos toen hij van Marga hoorde dat ze de politie gebeld had. Belachelijk, vond hij.
Iedereen weet echter hoe goed Bob op zijn spullen paste, zodat zijn reactie bijzonder vreemd was. Bart begreep dat de opmerking van zijn vader niet correct was en maakte zijn excuses. Bob deed net of het voorval helemaal niet had plaatsgevonden, dus zei er verder geen woord mee over.
Nu we het toch over beurzen hebben, de zuinigheid van Bob was alom bekend. Ik zal hem blijven herinneren, schrijvend met het kleine stompje potlood, dat hij op een speciale wijze vasthield. Rob de Jong heeft hem een keer en zakje stompjes cadeau gedaan. Bob was er mee in zijn nopjes.
Zuinigheid was dus één van zijn kwaliteiten, maar Bob was ook een heel sociaal mens. Altijd vroeg hij hoe het met Marga ging, en hoe gaat het met de kinderen. Hoe het met hemzelf ging werd echter nooit duidelijk. Dat hield hij altijd voor zich.
Zijn belangstelling voor de NVvA was groot. Hij is nog enige jaren bestuurslid geweest, en sloeg nooit een vergadering, nieuwjaarsreceptie of etentje over. Op de laatste nieuwjaarsreceptie kwam hij zelfs met chauffeur; echter: hij reed zelf!
Zoals in onze advertentie in de krant vermeld stond, hij was het geweten van de NVvA. Hij zorgde ervoor dat op vergaderingen alles volgens de regels verliep, zelfs de kleinste omweg vond bij hem geen goedkeuring.
Bob was in vele dingen een uitzondering. Hij had ook nooit, als enig lid, een computer aangeschaft, dus had het secretariaat hem nogal eens aan de telefoon. Ja, die moderne technieken, daar moest hij niet zoveel van hebben!
Ook in het buitenland was Bob een geziene gast. Hij deed vrijwel alle grote beurzen en een flink aantal kleinere. De eerste jaren samen met Jessy en later met andere assistentie. Ik herinner me nog goed de beurs in Tokyo, waar we een dinner hadden, op de grond zittend. Bob had veel plezier, net zoals wij allen, met de Geiha’s.
Velen hadden bewondering voor Bob. Hij sjouwde altijd veel te zware koffers. Ik kwam hem een keer in een vliegtuig naar Londen tegen. De koffer die hij afhaalde was enorm. Hij had precies uitgekiend op welk metrostation hij het minste trappen moest lopen.
Zoals iedereen gedaan zou hebben - omdat hij zijn heup had gebroken - had Bob de laatste beurs in Mechelen niet afgezegd. Hij had twee vervangers gestuurd. Zij hadden heel goed verkocht maar wel eens een ietse pietsie meer korting gegeven. Wat zou Bob er van vinden?
Een vreemde gewoonte was ook dat niemand voor de beurs in zijn stand mocht kijken. De meeste zaken gebeuren immers voor de opening, als handelaren onderling. Ook werd er na afloop van een beurs wel eens op Bob gemopperd. Het inpakken verliep zo precies dat hij altijd de laatste was die vertrtok, dus degenen die de stands afbraken moesten altijd op hem wachten. Daar bleef hij stoïcijns onder!
Op de tweede NVvA beurs in Maastricht hadden wij onze steekwagen vergeten. We merkten dat bij Venlo. Er waren toen nog geen mobieltjes, dus terug naar Maastricht. Een lege hal met in het midden Jessy en Bob aan het inpakken, alleen vergezeld van onze steekwagen. Ja, heel bijzonder en zo karakteristiek voor Bob.
Mede namens Emmy en Bob de Graaf - deze Bob was voorzitter van de NVvA en van de Ilab lange tijd geleden -, spreekt het bestuur, ook namens alle leden van onze Vereeniging haar waardering uit voor Bob, als vriend en als collega, wiens integriteit wij node zullen missen op onze vergaderingen en op de beurzen.
Wij wensen Jessy, kinderen, kleinkinderen en familie sterkte.
|
 |
Klik op plaatje voor vergroting.
|
|
Ans van Pagée
5 oktober 1918 – 5 februari 2007
Ans en ik (Ton Kok) zijn vrijwel gelijktijdig in de boeken begonnen. Ik kende haar in het begin als Mevrouw Brabant, de naam waaronder ze bekend was op de Nederlandse veilingen. Een makkelijke tijd was dat niet. Allereerst omdat ze als één van de weinige vrouwen een vreemde eend in de bijt was, maar ook omdat er in die tijd een ongezonde hierarchie heerste. Als de "grote" jongens boden dan werd je geacht je mond te houden en als je dat niet in de gaten had, dan werd er al snel gesist: ssst, die en die biedt. Dit heeft Ans enorm geïrriteerd en ze kwam er dan ook later vele malen, bijvoorbeeld tijdens een etentje op terug. Ze was nog steeds verbolgen.
Je moest je eerst wel tien keer bewijzen voordat je in de “gesettelde” kringen werd geaccepteerd. Uiteindelijk is haar dat prima gelukt en was ze niet meer uit het boekenwereldje weg te denken. Velen van ons gaven haar later de commissies voor de buitenlandse veilingen op. Ans deed dat wel even. We hebben elkaar beter leren kennen op de Haarlemse boekenbeurs als overburen. Langzamerhand, en later in samenwerking met kinderen Pim en Greet, werd hun stand een lust voor het oog. Zeldzame en mooie oude boeken werden zodanig op de planken gezet dat de stand er altijd uitsprong.
Zo ook op de beurs in Mechelen waar ze hun eigen hoek opsierden met de laatste aankopen gedaan op vele Duitse veilingen. Op die beurs is het dat mijn vrouw en ik haar beter hebben leren kennen. Alle avonden eten in de Zirk, vaak het echte Mechelse gerecht, “krieken met balletjes”. Nooit hoefden we te vragen of ze meeging. De laatste jaren ging ze wel wat vroeger naar het hotel terug, maar nooit voordat we weer gezellig hadden zitten praten over het vak. Over de geweldige veilingen bijvoorbeeld bij Mak van Waay, over de gezeliige, jaarlijkse veiling bij Bom in Amsterdam, over de eerste jaren van de Antiquarenbeurs, toen nog in Maastricht, welke Ans met hulp van haar tweelingzus Miep heeft opgezet. Miep was net gepensioneerd en was daarna niet meer uit de winkel weg te denken. Makkelijk voor Ans, die zodoende meer bewegingsvrijheid had voor beurzen en veilingen. Ze bleef ook tot op het laatste moment geïnteresseerd in de nieuwe beurs in Maastricht waar Pim veel tijd in heeft gestoken. In het laatste telefoongesprek dat mijn vrouw, kort voor haar dood, nog met haar had, zei ze dat ze hoopte die beurs nog mee te maken. Maar ook dat ze dat wel niet meer zou halen.
Sinds ze de dagelijkse gang naar de winkel niet meer kon maken omdat ze langzamerhand steeds zwakker werd, hoefde het van haar niet meer zo. Ze was niet meer uit eten geweest, vertelde ze, sinds ze, natuurlijk samen met Pim, na de laatste NVvA-vergadering bij ons thuis had gegeten. Het was wel erg laat geworden, maar ze had er van genoten. Het ging haar aan het hart dat ze dat niet meer kon.
Ans leefde voor de boeken, maar een gezellig samenzijn met b.v. collega's vond ze ook heel fijn. Wie herinnert zich niet meer de geweldige dag op Het Kasteeltje die ze samen met tweelingzus Miep, familie, klanten en collega's doorbracht. Een dag die ik nooit zal vergeten. Mede ook omdat het kasteel, door een wegafzetting, nauwelijks te bereiken was en veel bekende gezichten meerdere malen ons pad kruisten om toch maar bij de feestplek te geraken. De jarigen vroegen zich inmiddels af waar de gasten bleven.
Ans had nog een geweldige eigenschap: plichtsbesef. Ze is ongetwijfeld het enige NVvA-lid dat slechts één vergadering heeft gemist, en dat dan alleen nog omdat ze vanzelfsprekend de begrafenis van Cox Knuf niet kon missen. Natuurlijk was ze die avond wel weer op het diner.
Dit alles had natuurlijk nooit gekund zonder de goede zorgen van Pim en Greet.
Wij, de collega's van de Nederlandsche Vereniging van Antiquaren, zullen haar markante verschijning erg missen. We wensen alle naasten sterke met het verlies.
Ton Kok
|
 |
Klik op plaatje voor vergroting.
|
|
Nico Israël
Nico Israël (1919-2002) is een bekende naam in de wereld van het Nederlandse antiquariaat. Hij runde tussen 1950 en 1995 niet alleen zijn beroemde antiquariaat aan de Keizersgracht in Amsterdam, maar was ook verantwoordelijk voor vele uitgaven op bibliografisch gebied.
Al voor de oorlog was Israël actief in het Arnhemse antiquariaat van zijn vader. Het bedrijf raakte tijdens het bombardement op Arnhem zwaar beschadigd, waardoor hij het bedrijf, samen met zijn broers, na de oorlog van de grond af opnieuw moest opbouwen.
In 1950 verstigde Israël zich als zelfstandig antiquaar in Amsterdam. Hij specialiseerde zich in ontdekkingsreizen, atlassen, medicijnen, anatomie en botanie. Op buitenlandse veilingen en beurzen kwam hij in contact met een internationale kring van tophandelaren.
Hij verkocht zijn boeken deels aan universiteitsbibliotheken en wetenschappelijke instituten en musea, maar ook aan particulieren. Ter ere van zijn zeventigste verjaardig richtte de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek een tentoonstelling in met zeventig boeken die in de loop der tijden van Israël waren betrokken; het betrof louter zeldzaamheden van eeuwen her.
Israël combineerde een groot zakelijk inzicht met een persoonlijke aanpak. Hij wist vaak al voordat hij tot aanschaf overging, aan wie hij een bepaald boek kon doorverkopen. Niet om er een beleggingsobject van te maken, maar als ‘prachtig voorwerp dat je met liefde, plezier en verstand koopt’, zo zei hij in een interview in de Volkskrant. Op deze manier bond hij niet alleen een trouwe klantenkring aan zich, maar bleef menig zeldzaam werk voor Nederland behouden.
Naast antiquaar was Nico Israël mede-oprichter van het vaktijdschrift Quarendo. Tevens was hij de uitgever van de Atlantes Neerlandici, de omvangrijke bibliografie die C. Koeman maakte van de Nederlandse atlassen tot 1880.
|
 |
|
|
|
|
 |
|
 |
|
|